De rijksoverheid is sinds 27 maart jl. gestart met de uitvoering van de beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS). Het betreft een tegemoetkoming in de vaste lasten van de onderneming in de vorm van een éénmalige bijdrage van € 4.000,-.

De TOGS is bedoeld als steunmaatregel voor bedrijven die het meest getroffen zijn door de kabinetsmaatregelen, ingesteld vanwege de bestrijding van het coronavirus (COVID-19). De regeling is vanaf 27 maart jl. opengesteld voor bedrijven die hun bedrijfsvoering noodgedwongen hebben moeten sluiten in verband met deze maatregelen, zoals horeca inrichtingen en bedrijven met contactberoepen. Vanaf vandaag wordt de regeling uitgebreid voor ondernemers die geen verplichte bedrijfssluiting is opgelegd, maar wel te kampen hebben met een omzetdaling als gevolg van de noodzaak tot social distancing, zoals winkeliers. De lijst met branches en sectoren wordt per die datum geactualiseerd.

De belangrijkste voorwaarden om in aanmerking te komen voor de TOGS zijn onder andere dat:

Voldoet uw bedrijf aan deze en de overige bij de steunmaatregel TOGS gestelde voorwaarden dan kunt u vanaf 27 maart jl. tot en met 26 juni a.s. terecht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het aanvragen van de tegemoetkoming..

Deze regeling geldt niet voor de compensatie van overige kosten, zoals loonkosten. Hiervoor gelden aanvullende steunmaatregelen.

Mocht u nog vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Kerckhoffs Advocaten is u graag van dienst.

De Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben afgesproken dan pensioenuitvoerders werkgevers tegemoet komen die door de coronacrisis problemen hebben met het betalen van de pensioenpremies.

Veel werkgevers die hun werknemers een pensioenregeling aanbieden, ervaren nu problemen bij het betalen voor deze premie. Deze ondernemers worden tegemoet gekomen en veel pensioenuitvoerders zijn hier dan ook al mee bezig.

De problemen die zich vooroden verschillen per onderneming en per sector. Daarom wordt er gekeken naar meerdere oplossingen. Er worden die mogelijkheden geboden:

-      Een betalingsregeling voor individuele werkgevers met acute geldproblemen;

-      Een verruiming van de betalingstermijnen van de premies;

-      Een minder strikte houding bij het innen van pensioenpremies; denk aan tijdelijk geen incasso maatregelen of administratieve boetes.

De ruimte voor het toepassen van deze oplossingen is op dit moment nog beperkt door wetgeving over het invorderen van premies en betalingstermijnen. Daarover gaan het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie in overleg met De Nederlandsche Bank en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De maatregelen van pensioenuitvoerders zouden snel in kunnen gaan. Zij lopen daarmee ook deels vooruit op de door de overheid aangekondigde Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Met deze regeling kunnen werkgevers onder meer een tegemoetkoming van de loonkosten aanvragen. De overheid werkt deze regeling momenteel uit. Maar de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars dringen er bij het kabinet op aan om zowel het werknemersdeel als het werkgeversdeel van de pensioenpremies op te nemen in de NOW.

Werkgevers die problemen hebben met het betalen van hun pensioenpremie kunnen contact opnemen met  hun pensioenuitvoerder. Mocht u nog vragen hebben, neem dan gerust contact op.

De overheid probeert het coronavirus te bestrijden en heeft hiervoor inmiddels diverse en rigoureuze maatregelen doorgevoerd. Ondernemers worden hard getroffen. Veel ondernemers vragen zich af wat de invloed van deze maatregelen is op lopende huurovereenkomsten? Dient een huurder die zijn gehuurde pand moet sluiten de huur te blijven betalen? Hieronder zal ik ingaan op de coronacrisis en het huurrecht.

Is er sprake van een gebrek?
Op basis van de wet kan een huurder bij de rechter een vermindering van de huurprijs vorderen indien er sprake is van een gebrek. De definitie van gebrek is in artikel 7:204 lid 2 BW ruim opgesteld. De wetgever heeft bij een gebrek niet alleen gedacht aan een defect aan de gehuurde zaak maar ook aan iedere andere omstandigheid die ertoe leidt dat voor huurder het genot van het gehuurde wordt beperkt. Denk bijvoorbeeld aan een lekkage aan uw dak maar ook aan overheidsmaatregelen, zoals het afsluiten van een weg waardoor de ondernemer minder bezoekers trekt. Uit de jurisprudentie blijkt helaas dat veel van deze omstandigheden uiteindelijk toch voor rekening van huurder komen. Dat komt doordat veel huurovereenkomsten zo zijn opgesteld dat dit soort omstandigheden voor rekening en risico van de huurder komen.

Valt de verplichte sluiting van panden ten gevolge van de coronacrisis dan onder het begrip ‘gebrek’? Een en ander zal afhankelijk zijn van welke afspraken er precies gemaakt zijn tussen partijen. Ook de jurisprudentie zal zich moeten gaan ontwikkelen omtrent dit onderwerp. Aangezien de wetgever het mogelijk heeft gemaakt voor partijen om het begrip ‘gebrek’ te herdefiniëren in de huurovereenkomsten, is het nog maar de vraag of veel ondernemers zich op een gebrek kunnen beroepen. In de praktijk is namelijk veelvuldig gebruik gemaakt van het recht om te herdefiniëren, waardoor veel omstandigheden voor rekening en risico van huurder c.q. ondernemer liggen. Dit volgt o.a. uit standaard ROZ-huurovereenkomsten, waar veelvuldig gebruik van is gemaakt.

Het is in ieder geval wel aan te raden uw huurovereenkomst erbij te pakken en deze goed na te kijken. Heeft u een specifiek op maat gemaakte huurovereenkomst, dan is de kans groter dat partijen niet hebben voorzien in een van de wet afwijkende regeling. Mogelijk is zelfs bepaald dat dit soort omstandigheden voor rekening en risico van verhuurder komen. Is er sprake van een standaard ROZ-huurovereenkomst, dan is de kans kleiner dat dit soort omstandigheden voor rekening en risico van verhuurder komen. U dient de huurovereenkomst in ieder geval goed te bestuderen.

Is er sprake van onvoorziene omstandigheden?
Voor ondernemers bestaat er echter nog een andere mogelijkheid. Het Burgerlijk Wetboek bevat immers een bijzondere regel die het in uitzonderlijke gevallen mogelijk maakt dat huurovereenkomsten door de rechter worden gewijzigd of geheel of gedeeltelijk worden ontbonden. Dat is bepaald in artikel 6:258 BW. Wijziging van de huurovereenkomst of gehele of gedeeltelijke ontbinding is mogelijk wanneer partijen bij het aangaan van de huurovereenkomst geen rekening hebben gehouden met bepaalde omstandigheden en als deze omstandigheden van zodanige aard zijn dat verhuurder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.

Vallen de overheidsmaatregelen in de coronacrisis ook onder onvoorziene omstandigheden? Mogelijk wel. Opgemerkt dient echter te worden dat uit het verleden blijkt dat rechters erg terughoudend omspringen met het begrip onvoorziene omstandigheden. Aangezien wij op dit moment in bijzondere crisistijden leven, valt het echter goed te verdedigen dat de genomen overheidsmaatregelen exceptioneel en onvoorzienbaar zijn voor ondernemers. Een beroep op onvoorziene omstandigheden ex artikel 6:258 BW behoort dus tot uw mogelijkheden. De toekomst zal moeten uitwijzen hoe er in de rechtspraak gedacht wordt over een beroep op onvoorziene omstandigheden in de coronacrisis.

Wat kan een ondernemer doen?
Een ondernemer die zich op dit moment geconfronteerd ziet met de extreme gevolgen van de genomen overheidsmaatregelen, doet er verstandig aan zich te wenden tot verhuurder. Partijen moeten nu niet blind vertrouwen op bepalingen in de huurovereenkomst, maar oog hebben voor de redelijke belangen van de andere partij. Vraag verhuurder om begrip of doe een redelijk voorstel om de schade te beperken. Houd daarbij ook rekening met de belangen van verhuurder. Het gedrag dat partijen in deze crisis tonen, speelt namelijk ook mee in de toekomstige beoordeling van een beroep op onvoorziene omstandigheden bij een rechter. Indien u geen enkele rekening houdt met de belangen van de andere partij, kan dit grote gevolgen hebben als uw kwestie voor de rechter komt.

Het bestuursrecht bevat in de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) diverse bepalingen die overmacht regelen. Een belangrijke daarvan is dat de termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort zolang het bestuur door overmacht niet in staat is een beschikking te geven. In geval van overmacht deelt het bestuur zo spoedig mogelijk aan de aanvrager mee dat de termijn is opgeschort, alsmede binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. In oude uitspraken heeft de bestuursrechter overigens geoordeeld dat structurele ziekte geen overmacht oplevert, maar ik verwacht dat de bestuursrechter in de Corona-crisis anders zal oordelen.

Op de tweede plaats speelt de overmacht een rol bij de vraag of handhaving van overtredingen mogelijk is . Als een overtreder ten gevolge van de crisis het niet in zijn macht heeft de overtreding te beëindigen dan is handhaving (door middel van een dwangsom of door middel van bestuursdwang) niet mogelijk. Er is dan geen overtreder in de zin van artikel 5:1 Awb Ook is handhaving niet mogelijk indien de overtreder handelt conform de maatregelen die de overheid heeft genomen.

Als laatste noem ik de regel (artikel 5:34 Awb) dat als toch een dwangsom is opgelegd de overtreder kan verzoeken de dwangsom op te heffen of te verminderen in geval van onmogelijkheid vanwege de crisis aan zijn verplichtingen te voldoen.

Ook de Overheid heeft fiscale maatregelen aangekondigd om de negatieve economische gevolgen van het coronavirus op te vangen. Die maatregelen zijn vooral erop gericht om liquiditeitsproblemen bij de ondernemingen te voorkomen en mitsdien kan een bijzonder uitstel van betaling gedaan worden voor de verschuldigde inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. Let wel, het is uitstel en geen afstel. Eens zal het bedrag betaald moeten worden.

Dat is anders met de regeling “Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)” (voorheen:  “werktijdverkortingsregeling”). De aldaar toegekende bedragen hoeven niet terugbetaald te worden.

Hoe werkt het bijzonder uitstel van betaling?
Als ondernemer moet je schriftelijk motiveren in een brief aan de Belastingdienst dat de onderneming door de coronacrisis in de problemen is gekomen. Zodra het verzoek om uitstel van betaling van de betreffende Belastingdienst is ontvangen, zal de invordering van die belastingschuld worden stilgezet. Let opnieuw op, want de inhoudelijke beoordeling of in aanmerking wordt gekomen voor een uitstel wordt pas later beoordeeld en kan uitwijzen dat wel betaald moet worden.

Wat dient vermeld te worden in het verzoek aan de Belastingdienst?
Het moet gaan om werkelijk bestaande betalingsproblemen die tijdelijk van aard zijn en de betalingsproblemen zullen voor een bepaald tijdstip opgelost zijn. Tot slot, dat spreekt voor zich, moet er sprake zijn van een levensvatbare onderneming.

Deze deskundigenverklaring, zoals die genoemd wordt, dient binnen twee weken na het verzoek om uitstel aan de Belastingdienst te worden gezonden.

Een telefonische aanvraag om kort uitstel:
Dit betreft een uitstel van vier maanden vanaf de uiterste datum betaalbaar van de aanslag, maar dan moet aan de volgende zes voorwaarden voldaan zijn:

  1. Er moet altijd op tijd aangifte gedaan zijn;
  2. Er is niet voor deze aanslag eerder uitstel verzocht;
  3. De totale openstaande belastingschuld is minder dan € 20.000,-;
  4. U heeft geen openstaande aanslagen uit het verleden. Met andere woorden, u beschikt niet over dwangbevelen;
  5. Het betreft geen voorlopige aanslag inkomstenbelasting vennootschapsbelasting over 2020 met een datum vóór 1 november 2020;
  6. Er is alleen kort telefonisch uitstel van betaling te verkrijgen voor een (naheffings)aanslag. Dat betekent dat voor BTW en loonheffing pas uitstel gevraagd kan worden op het moment dat er een naheffingsaanslag wordt opgelegd.

Betalingsregeling voor maximaal 12 maanden.
Indien u niet voldoet aan de voorwaarden voor het kort uitstel of als u een langere periode dan 4 maanden en maximaal 12 maanden uitstel verwacht nodig te hebben, dient een schriftelijk verzoek bij de Belastingdienst te worden ingediend. Het betreffende noodzakelijke formulier is de downloaden van de site van de Belastingdienst.

Melding betalingsonmacht
Ondanks dat er een uitstelverzoek is gedaan, zal de betalingsonmacht op de normale wijze dienen plaats te vinden. U dient dat te melden via een formulier dat van de site van de Belastingdienst kan worden gedownload.

Een melding van betalingsonmacht, levert niet automatisch het uitstel van betaling op in het kader van de coronacrisis.

Boeten?
Omdat de Belastingdienst niet tijdig betaald wordt, kan een boete opgelegd worden. Maar de Belastingdienst heeft laten weten dat zij de komende tijd geen boeten opleggen voor het niet tijdig betalen van belasting. Vooralsnog is dat niet helemaal duidelijk voor welke belastingen dat dat geldt, maar in zijn algemeenheid wordt ervan uitgegaan dat dat geldt voor de loonbelasting en de omzetbelasting.

Vragen?
De medewerkers van Kerckhoffs Advocaten staan u nog steeds gaarne te woord voor het beantwoorden van vragen. Schroom niet om te bellen.

Ook voor zzp’ers heeft de coronacrisis grote gevolgen. Van de een op de andere dag zijn voor veel zzp’ers een groot deel van de inkomsten weggevallen. Zelfstandigen kunnen nu voor een periode van 3 maanden een aanvulling krijgen op hun levensonderhoud ter hoogte van het sociale minimum met behulp van deze nieuwe versoepelde regeling. U dient deze regeling aan te vragen bij de gemeente waar u woont. Het bedrag hoeft niet te worden terugbetaald. Om in aanmerking te komen voor de regeling gelden versoepelde voorwaarden en een versnelde procedure waar binnen 4 weken in plaats van de huidige 13 weken een oordeel wordt gegeven en tot uitbetaling wordt overgegaan.

De overheid heeft een nieuwe regeling getroffen die sneller en wendbaarder is en beter is toegerust op de grote aantallen aanvragen waar de overheid momenteel mee te maken heeft. De regeling is bedoeld voor werkgevers en voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten in geval van omzetverlies. De regeling kan met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020 worden aangevraagd. Indien u in aanmerking komt voor de regeling wordt een maximum van 90% (in plaats van de gebruikelijke 70%) van de loonsom gehanteerd die wordt vergoed door de overheid. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de terugval in omzet. De resterende percentages dient de werkgever zelf te betalen. De aanvraag dient bij het UWV te geschieden. Aan de regeling zijn 2 navolgende voorwaarden verbonden:

De regeling werktijdverkorting komt te vervallen en er worden géén nieuwe aanvragen aangenomen of behandeld. U kunt zich hiervoor dus niet meer aanmelden. Indien u zich al had aangemeld voor de werktijdverkorting, dan wordt deze aanvraag in de nieuwe regeling Noodfonds overbrugging werkgelegenheid meegenomen. Het kan zijn dat de overheid u contacteert omdat zij aanvullende informatie nodig heeft. Uw aanvraag is in ieder geval niet voor niets geweest.

Gedurende de coronacrisis wordt de toegang tot de borgstelling midden- en kleinbedrijf (BMKB)- regeling verruimd. De regeling maakt onderdeel uit van een breder pakket maatregelen die de regering heeft genomen om de nadelige economische gevolgen van het coronavirus in te dammen.
De regeling behelst de mogelijkheid om als MKB-onderneming in aanmerking te komen voor een verhoging van een rekening-courantkrediet dan wel een overbruggingskrediet. Door middel van deze faciliteit wordt de liquiditeitsstroom op gang gehouden in midden- en kleine ondernemingen die hard worden geraakt door de coronacrisis.

Hoe werkt de regeling?

Om in aanmerking te komen voor de BMKB-regeling dienen ondernemers zich te wenden tot hun kredietverstrekkers, zoals bijvoorbeeld een bank. In verband met het coronavirus wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB-regeling verhoogd van 50% naar 75%, hetgeen betekent dat de overheid - door middel van een borgstelling - garandeert dat het additioneel verleende krediet in aanzienlijke mate wordt terugbetaald aan de kredietverstrekker. Gevolg daarvan is dat financiers makkelijker en sneller kredietfaciliteiten verruimen. Als MKB-ondernemer heeft u dan ook de mogelijkheid om sneller en meer gelden te lenen, dan normaliter het geval is. Daarmee dicht u uw liquiditeitstekort, zodat u de hoog nodige uitgaven de komende (moeilijke) periode kan blijven doen.

Opmerking verdient dat de regeling in de loop van komende tijd verder zal worden verruimd in die zin dat deze ook toepasbaar wordt op overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot twee jaren.

Om in aanmerking te komen voor de regeling, dient u zich te melden bij uw kredietverstrekker, die de aanvraag vervolgens onder de aandacht zal brengen van de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, te weten de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Door deze dienst wordt – zo spoedig mogelijk – een besluit genomen op de aanvraag.

Indien u meer advies wenst en/of hulp nodig heeft bij de realisering van additioneel krediet, dan staan onze advocaten voor u klaar.

Ondernemers in sectoren die de afgelopen dagen hard getroffen zijn door de coronacrisis en de maatregelen ten gevolge hiervan kunnen zich tot een noodloket wenden voor een vaste tegemoetkoming van € 4.000,-. Sectoren die extra hard zijn getroffen zijn o.a. de horecasector, cultuursector, evenementensector en reissector. Op korte termijn publiceert de overheid een lijst van sectoren en bedrijven die voor deze regeling in aanmerking komen.

Houd onze website in de gaten voor ontwikkelingen. Indien u behoefte heeft aan overleg met een van onze advocaten, dan is dit uiteraard mogelijk.