Enkele jaren geleden werd door meerdere rechtbanken een streep gezet door het huurverhogingsbeding (binnen de vrije sector) in standaard huurovereenkomsten (het ROZ-model). Het ging om de standaard indexatie via het CPI met een mogelijke 3% opslag. Die huurverhogingsbedingen werden oneerlijk geacht. Dit had grote gevolgen, want het betekende dat de verhuurder geen beroep kon doen op het beding en dus ook niet de huur kon verhogen. In het ergste geval zou de verhuurder de eerdere huurverhogingen ongedaan moeten maken en dus huur moeten terugbetalen.
Op 21 november 2024 heeft de Hoge Raad (het hoogste rechtscollege van Nederland) een oordeel geveld over deze indexatie. Dat bleek goed nieuws te zijn voor verhuurders, want de Hoge Raad vond het beding niet oneerlijk. Dat biedt wat (rechts)zekerheid aan wat mogelijk is qua huurverhoging in de vrije sector. Het volgen van de CPI prijsindex met een opslag van 3% is mogelijk.
In de praktijk worden soms echter hogere opslagpercentages gehanteerd (zoals 5% of 7%). Daarmee wordt een risico genomen, want een hogere opslag zou wel oneerlijk kunnen zijn. Als de verhuurder niet wil worden geconfronteerd met ongeldige huurverhogingen, is het verstandig de lijn van de Hoge Raad aan te houden. Dat wil zeggen: een maximale opslag van 3%.