Enkele jaren geleden werd door meerdere rechtbanken een streep gezet door het huurverhogingsbeding (binnen de vrije sector) in standaard huurovereenkomsten (het ROZ-model). Het ging om de standaard indexatie via het CPI met een mogelijke 3% opslag. Die huurverhogingsbedingen werden oneerlijk geacht door deze rechtbanken. Op 21 november 2024 heeft de Hoge Raad (het hoogste rechtscollege van Nederland) echter een oordeel geveld over deze indexatie. Dat leek goed nieuws te zijn voor verhuurders, want de Hoge Raad vond het beding niet oneerlijk.
De Rechtbank Amsterdam liet het hier echter niet bij. Zij heeft vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de toelaatbaarheid van de 3% opslag. Als het Hof van Justitie tot een andere beoordeling komt dan de Hoge Raad, kan dat grote gevolgen hebben.
Het kan namelijk betekenen dat verhuurders geen beroep kunnen doen op het indexatiebeding en dus ook niet de huur kunnen verhogen. In het ergste geval zouden verhuurders zelfs de eerdere huurverhogingen ongedaan moeten maken en dus huur moeten terugbetalen (met een verjaringstermijn van vijf jaren). Voor langlopende huurovereenkomsten en verhuurders met een grote huurportefeuille is dan de schade niet te overzien.
Om die reden is het verstandig om een indexatieclausule te gebruiken zonder opslag van 3%. In ieder geval totdat het Hof van Justitie hierover heeft besloten.
(Dit artikel ziet louter op de verhuur van woningen in het liberale segment.)