De Hoge Raad heeft enkele maanden geleden (ECLI:NL:HR:2025:1237) meer duidelijkheid verschaft over de bancaire zorgplicht bij zakelijke kredietverlening. De kern: een bank hoeft een zakelijke klant niet zonder meer te waarschuwen voor ieder denkbaar ondernemersrisico. Maar als de bank reden heeft om te vermoeden dat de cliënt een relevante toekomstige ontwikkeling niet overziet, kan van haar wél worden verlangd dat zij dit bij de klant verifieert.
De zaak ging over een melkveebedrijf dat in 2014 zo’n € 1,2 miljoen leende van de Rabobank voor de uitbreiding van het bedrijf. Kort daarna werd, in het kader van de stikstofproblematiek, het fosfaatrechtenstelsel aangekondigd. De fosfaatrechten die werden toegekend aan het melkveebedrijf waren onvoldoende om te beoogde uitbreiding uit te breiden, waardoor de economische haalbaarheid van de investering wegvalt.
Het bedrijf was van mening dat de bank haar had moeten waarschuwen voor het risico van toekomstige productiebeperkende regelgeving voordat de bank het krediet verstrekte, mede gelet op de positie van Rabobank als bancaire marktleider in de agrarische sector. Het bedrijf kreeg bij het gerechtshof gelijk.
De Hoge Raad formuleert het concrete uitgangspunt dat in dergelijke zaken geldt. Bij een zakelijk krediet hoeft een bank in beginsel niet te compenseren voor een gebrek aan inzicht in risico’s die tot het ondernemersdomein behoren. Dat uitgangspunt kent echter geen absolute werking. Als de bank redelijkerwijs kan vermoeden dat de ondernemer een relevante ontwikkeling niet kent of niet overziet, kan de zorgplicht met zich meebrengen dat de bank zich daarvan vergewist. Als dat vermoeden wordt bevestigd, kan vervolgens een informatieplicht ontstaan.
Met andere woorden rust er, aldus de Hoge Raad, geen algemene waarschuwingsplicht op de bank als het gaat om alle toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de zakelijke klant, maar rust er op de bank onder omstandigheden wel een verplichting om na te gaan of de klant een relevant risico begrijpt of daarvan op de hoogte is.
Deze ‘vergewisplicht’ geldt kortom niet automatisch en lijkt volgens dit arrest niet snel aangenomen te moeten worden als de klant ervaren is, deskundig wordt bijgestaan en de relevante informatie publiek beschikbaar was. Maar als zij geldt, is de bank gehouden actief te controleren of haar klant het risico kent – en zo niet, haar te informeren.
Heeft u vragen over de bancaire zorgplicht, of andere financieringsvraagstukken? Neem gerust contact op met één van onze specialisten!