Maastricht 043 - 321 59 29 | Heerlen 045 - 571 39 33

Incasso Kennisbank

Buitengerechtelijke kosten

Buitengerechtelijke kosten zien op de kosten van de ingebrekestelling en de buitengerechtelijke incassokosten. Vaak worden de kosten aangeduid als (buitengerechtelijke) incassokosten.

Op 1 juli 2012 is de Incassowet en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten in werking getreden. Deze nieuwe wet beoogt consumenten en eenmanszaken te beschermen tegen het in rekening brengen van te hoge incassokosten. Deze regeling heeft grote gevolgen voor de incassopraktijk. 

Redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte

Deze kosten zijn in de wet specifiek aangemerkt als schade (in art. 6:96 lid 2 sub c BW) en komen voor vergoeding in aanmerking. Denk aan de advocaatkosten bij het innen van vordering of het in gebreke stellen van een wederpartij. Kosten die ter voorbereiding van een procedure zijn gemaakt vallen niet onder buitengerechtelijke kosten. Deze kosten worden meegenomen in de proceskosten.

Hoe worden incassokosten vastgesteld?

De incassowet normeert de incassokosten van geldvorderingen, waarbij de hoogte van de incassokosten wordt vastgesteld aan de hand van een percentage van de hoofdsom van de vordering.

Naarmate de hoofdsom van de vordering hoger wordt, wordt het percentage trapsgewijs lager. Bij deze normering geldt tevens een minimumbedrag en een maximumbedrag. Voor een hoofdsom tot € 2.500,- bedragen de incassokosten 15%, met een minimum van € 40,- (!); voor de volgende € 2.500,- 10%, en voor de volgende € 5.000,- 5%, zodat hoofdsommen tot € 10.000,- het maximum € 875,- bedraagt. Tussen de € 10.000,- en de € 200.000,- bedragen de incassokosten 1% (derhalve een maximum van € 2.775,-), en voor alles boven de € 200.000,- 0,5%, tot een maximum van € 6.775,-. Doordat deze staffel nu wettelijk is vastgelegd, is het voor partijen veel duidelijker welke incassokosten in rekening gebracht mogen worden. Vragen over de redelijkheid van de hoogte van de incassokosten hoeven in principe niet meer aan de rechter te worden voorgelegd (zoals voorheen het geval was).

Incassokosten mbt Zakelijke en Particuliere vorderingen

Bij zakelijke vorderingen (b2b) kan de vergoeding van de incassokosten al direct in rekening gebracht worden zodra de betalingstermijn van de vordering is verstreken. Voor bedrijven is dus niet wettelijk voorgeschreven dat er een aanmaning moet worden verstuurd. Het staat bedrijven ook vrij onderling een betalingstermijn overeen te komen. Deze termijn moet in ieder geval als redelijk bestempeld kunnen worden. Indien de factuur van de schuldeiser geen betalingstermijn vermeldt, dan geldt wettelijk een termijn van dertig dagen.

De wettelijke incassokosten zijn alleen van dwingend recht bij consumenten. Bij iedereen die handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf (daaronder vallen ook eenmanszaken), kan worden afgeweken van de wettelijke regeling. Oftewel: in business-to-business verhoudingen kunt u nog steeds hogere incassokosten overeenkomen. Let er dan ook op dat u in uw algemene voorwaarden helder verwoordt dat de debiteur een hogere incassovergoeding verschuldigd is bij niet-tijdige betaling. Daarnaast dient u goed vast te leggen dat:

  • de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst (verwijs hiernaar in de offerte en de overeenkomst en vermeld de algemene voorwaarden op uw facturen), en
  • de debiteur kennis heeft genomen van de algemene voorwaarden. Daarvoor dient u vóór of uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden te overhandigen aan de debiteur; tevens dient u de debiteur dan schriftelijk te laten verklaren dat hij de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst heeft ontvangen, daarvan kennis heeft genomen en daarmee instemt.
Waarover mogen incassokosten berekend worden?

Als een particulier meerdere vorderingen onbetaald laat en hiervoor door een schuldeiser kan worden aangemaand, dan dient dit te geschieden in één aanmaning. De buitengerechtelijke kosten zijn dan ook beduidend lager in verhouding dan die bij bedrijven. Er mag dus niet het minimale bedrag ad €40,00, zoals bij bedrijven, over elke vordering/factuur in rekening worden gebracht. Voor de berekening van de buitengerechtelijke kosten dienen alle vorderingen bij elkaar te worden opgeteld.

    BTW en rente over incassokosten

    Over de incassokosten mag bij de debiteur alleen BTW in rekening worden gebracht indien de schuldeiser niet BTW-plichtig is. Wanneer de schuldeiser wel BTW-plichtig is, kan de aan het incassobureau verschuldigde BTW worden verrekend. Bij de debiteur mag dan geen BTW in rekening worden gebracht. Wanneer voor de schuldeiser het lage BTW-tarief van 6% geldt zoals bij waterbedrijven, dan kan de schuldeiser de aan het incassobureau verschuldigde BTW eveneens verrekenen. Dus ook dan mag er bij de debiteur geen BTW over de  incassokosten berekend worden.

    Over de incassokosten mag geen rente worden berekend, tenzij dit in de overeenkomst of algemene voorwaarden expliciet is bedongen. Er mag dan rente in rekening worden gebracht vanaf de dag waarop de schuldeiser de  incassokosten daadwerkelijk heeft betaald.